
Waarom? Dat vraag ik me vaak af. Waarom doe ik dichten?
Ken je ze? ‘What my friends think I do, what my mom thinks I do, etc…’? Ze komen regelmatig op mijn Facebookwall voorbij. Wat ik denk dat ik doe: ‘Een rockster zijn’.
Maar meestal draait het erop uit dat je terecht komt in een bruine kroeg waar je verbaal opbokst tegen het cappuccino-apparaat, voor drie man publiek en een consumptiebon. Aan de bar zit opgeteld twintig jaar gevangenisstraf, niemand kijkt of luistert. Óf je staat in een ‘litterèèr kaffee’ waar baardenmannetjes instemmend of nee-schuddend aan hun kinhaar zitten te pulken en je daarna met hun hoogopgeleide taaltje van commentaar voorzien. Daar sjouw je dan het halve land voor door. Waarom?
Behalve dichters ken ik veel muzikanten en singer-songwriters. Ze treden vaak op tussen de dichters door, want ‘het moet wel leuk blijven’. Ik haat het als zo’n halfzachte zanger een nummer aankondigt met: ‘Dit liedje schreef ik omdat ik gewoon even mijn ei kwijt moest’. ‘Watje’, denk ik dan.
Ondertussen spit ik mijn eigen gedichten door. Het is veel kommer en kwel en ‘schoppen tegen’, wat ik tegenkom, met hier en daar een oud liefdesverdrietje.
Daarom dicht ik. Ik moet gewoon mijn ei kwijt. Zoveel verschil ik dus niet van de gemiddelde halfzachte songwriter. Alleen, zij maken er muziek bij. Zij kunnen wèl wat. |